dinsdag 7 juli 2015

Familiedrama

De Stamhouder




Moskou-correspondent Alexander Munninghoff heeft tot zijn 70ste moeten wachten voordat hij dit overweldigende boek De stamhouder, kon schrijven. Toen waren in ieder geval de belangrijkste hoofdpersonen, zijn opa en zijn vader dood. Die opa bouwt in het interbellum een vermogen op door allerlei lucratieve handeltjes, wordt een van de rijkste mannen van Letland en trouwt een Duits-Russische gravin. Het echtpaar krijgt verschillende kinderen, waaronder de vader van Alexander, die zich al snel aansluit bij de Waffen-SS als de oorlog uitbreekt, ondertussen trouwt en in 1944 een kind krijgt, de stamhouder van het kapitaal en het bedrijf dat zijn opa opbouwde.

Ontvoeringen

Alexander wordt twee keer ontvoerd als jongetje van 7, door zijn Baltisch-Duitse moeder, die verlaten door haar man naar Duitsland vlucht, en daarna door zijn grootvader die zijn 'stamhouder' terug wil. Zijn moeder, die de rest van haar leven in een armoedig krot in Wurzburg zal wonen, ziet hij pas twintig jaar later terug. Na een paar ontmoetingen zijn ze in staat om weer een goede relatie met elkaar op te bouwen.

Vader-zoon

Eigenlijk draait het hele boek om de relatie tussen zijn opa en zijn vader, de steenrijke zakenman die overal goud uit weet te peuren, en de vader die een spoor van mislukkingen trekt door zijn leven. Vervolgens wordt Alexander gekweld door een jeugd met een verbitterde, alcoholische vader die eindeloos blijft praten over zijn ervaringen aan het Oostfront. Die vader zal aan het einde van het boek treurig en eenzaam aan zijn einde komen. Maar dan heeft de lezer al een boek verslonden dat niet alleen een familiedrama bevat, maar ook veel inzicht geeft in de politieke machinaties van die tijd, de spelletjes van de machtselite en vooral de katholieke machthebbers die overal aan de touwtjes konden trekken.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen